Waar We
Waren
Bali 2026
Menu
Van Singapore naar saté op Bali

Van Singapore naar saté op Bali

Van Singapore naar saté op Bali

Na ons vertrek richting Azië vlogen we eerst naar Singapore voor een tussenlanding.

En eerlijk gezegd: wat een vliegveld daar. Alles ziet er ontzettend verzorgd en modern uit. Zelfs als je alleen maar een paar uur op zo’n luchthaven rondloopt, heb je al het gevoel dat je ergens bent aangekomen waar alles nét even anders is.

Lindsey moest natuurlijk ook weer even haar nicotinepeil op stand brengen. Dat bleek in Singapore alleen iets ingewikkelder dan gedacht. Daarvoor moesten we namelijk eerst uit het beveiligde gedeelte van de terminal en daarna opnieuw door de security om weer terug te komen.

De piloot had voor aankomst nog maar eens duidelijk aangekondigd dat Singapore een behoorlijk strenge wetgeving heeft. Vapen is daar bijvoorbeeld absoluut verboden.

Wat een toestand.

Gelukkig hebben we ons verder keurig gedragen en na wat rondlopen door de terminal was het alweer tijd om opnieuw aan boord te gaan. De volgende etappe: Singapore → Denpasar.

Nog zo’n tweeënhalf uur vliegen. En daarna…

Eindelijk Bali! Bij aankomst op het vliegveld van Denpasar hadden we eigenlijk meteen zoiets van: ja, nu zijn we er echt.

Wat een prachtig vliegveld. Overal zie je kunstwerken, beelden en typische Balinese details. Daarbij hoorde je op verschillende plekken Indonesische muziek en zodra we naar buiten liepen kwam ook meteen die warme tropische lucht je tegemoet.

Maar wat mij misschien nog wel het meeste opviel, was de geur. Het klinkt misschien vreemd, maar overal hier ruikt het zoals het vroeger bij opa en oma thuis rook. Een combinatie van eten, kruiden, wierook, warmte en allerlei geuren die ik moeilijk precies kan omschrijven.

Het eerste wat bij mij opkwam was:

Dit is gewoon één grote Pasar Malam. En ergens geeft dat meteen een heel vertrouwd gevoel.

Feature foto

Dit is gewoon één grote Pasar Malam

Onze chauffeur stond ons netjes op te wachten en was ontzettend vriendelijk. Hij hielp direct met onze koffers en sjouwde alles voor ons naar de auto.

Dat werd natuurlijk gewaardeerd, dus de beste man heeft van ons een fijne fooi gekregen.

Daarna begon onze eerste autorit door Bali richting het hotel.

Reisfoto

Eenmaal aangekomen waren we behoorlijk verrast door het hotel. Het ziet er ontzettend modern uit en alles is schoon, fris en vooral heerlijk koel.

En dat laatste is hier geen overbodige luxe. Want zodra je buiten komt… Man, wat een warmte.

Niet alleen warm, maar vooral vochtig en klam. Het beste waarmee ik het kan vergelijken is Burgers’ Zoo in Arnhem, wanneer je daar dat tropische gedeelte binnenloopt.

Alleen kun je hier niet na tien minuten weer door een deur naar buiten lopen.

Na het inchecken, de koffers op de kamer zetten en heel even bijkomen, zijn Lindsey en ik toch nog maar even de straat opgegaan.

We wilden wat noodzakelijke boodschapjes halen en natuurlijk meteen even kijken waar we eigenlijk terecht waren gekomen.

Tijdens het lopen kwamen we langs een soort tempel waar allemaal mannen muziek aan het maken waren. Dat zijn van die momenten waarop je meteen merkt dat je niet meer in Nederland bent. Alles leeft hier op straat, overal hoor je geluid, muziek en verkeer door elkaar heen.

Reisfoto

En toen kreeg ik ineens het idee: we moeten gewoon naar een warung. Een warung is een lokale eettent waar ze authentieke Indonesische en Balinese gerechten verkopen. Niet zo’n toeristische tent met pizza, hamburgers en een foto van ieder gerecht op de menukaart, maar gewoon lokaal eten.

Dus wij: hop, de taxi in.

Die rit kostte trouwens ongeveer twee euro. Daar kom je thuis nog niet eens de straat voor uit.

We reden naar wat ze hier een nightmarket noemen, met allemaal kleine streetfood-warungs naast elkaar.

En natuurlijk… waren wij weer zo ongeveer de enige toeristen die er rondliepen. Dat begint onderhand ook een beetje een patroon te worden. We kozen uiteindelijk voor Nasi Campur, rijst met allerlei verschillende kleine gerechtjes erbij, en Sate Babi, saté van varkensvlees.

En het was echt heerlijk.

Twee euro in de taxi en ineens zaten we tussen de locals aan de Nasi Campur.

Reisfoto

Alleen… pittig. Heel pittig. De warmte hier is sowieso al genoeg om zonder enige inspanning te zweten, maar na dit eten zaten Lindsey en ik helemaal peentjes te zweten.

Volgens mij heb ik tijdens die maaltijd meer vocht verloren dan tijdens de hele vliegreis.

Maar eerlijk is eerlijk: dit is precies waarom we hier zijn. Niet alleen maar in het hotel zitten of eten waar alle andere toeristen eten, maar gewoon proberen wat de mensen hier zelf eten.

De warmte liet ons al zweten, de sambal maakte het werk af.

Of onze magen daar morgen net zo enthousiast over denken, moeten we nog maar even afwachten.

Want wij toeristen zijn dit natuurlijk allemaal niet helemaal gewend. Maar voor nu?

Dag 2 kon eigenlijk niet beter eindigen.