Nog één keer Ubud, en een Grab-rit die we niet snel vergeten
Nog één keer Ubud, en een Grab-rit die we niet snel vergeten
Ondanks dat het vanmorgen bij het ontbijt niet helemaal gesmeerd liep — ik moest bijna twintig minuten wachten op mijn omelet — begonnen we toch met een vrij simpel plan.
We wilden nog wat laatste souvenirs kopen in Kuta. Dus Grab besteld, richting Kuta en klaar. Tenminste… dat dachten we.
Eenmaal aangekomen stonden we op het grote kruispunt en keken een beetje om ons heen.
Hmmm… Weer dezelfde winkeltjes. Weer ongeveer hetzelfde assortiment.
Toen keken Lin en ik elkaar aan. “Is het eigenlijk niet veel leuker om nog één keer naar Ubud te gaan?” Want wat ons eerder al was opgevallen: in Ubud hebben ze toch weer heel andere souvenirs dan in Kuta. Veel meer handwerk, decoraties, schilderijen en allerlei kleine dingen die je hier minder ziet.
En voordat we het eigenlijk goed en wel beseften, zaten we alweer in een Grab. Op naar Ubud. “We zouden alleen even wat souvenirs kopen in Kuta. Een paar minuten later zaten we onderweg naar Ubud. Typisch wij.”
We zouden alleen wat souvenirs kopen. Een paar minuten later zaten we alweer onderweg naar Ubud.
Nog één keer door Ubud
Eenmaal aangekomen in Ubud hebben we heerlijk langs de vele winkeltjes gestruind.
Geen haast. Geen planning. Gewoon lekker op ons eigen tempo door de straatjes lopen, af en toe een winkeltje binnen, weer naar buiten, iets bekijken en vooral genieten van de sfeer.
Eigenlijk precies zoals Ubud het leukst is.
Na een tijdje begonnen we toch wel wat honger en dorst te krijgen. Inmiddels was het alweer lunchtijd, dus besloten we bij Menari Lunch aan Jalan Kajeng te gaan zitten.
Wat een ontzettend mooie plek. Het restaurant is heel natuurlijk ingericht en achter het restaurant ligt een grote tuin waar je gewoon even doorheen kunt wandelen. Midden in die tuin ligt ook een vijver met enorme koikarpers.
Zo'n plek waar je eigenlijk langer blijft zitten dan je van plan was. Ik nam een gado-gado.
Lindsey? Patatjes. Lindsey is culinair toch iets minder avontuurlijk dan ik.
Haha.
Na de lunch liepen we verder richting de Ubud Art Market. Daar konden we uiteindelijk echt nog een aantal leuke cadeautjes voor thuis scoren.
Maar één ding moet je hier absoluut niet vergeten:
onderhandelen. De eerste prijs die ze noemen is soms echt de absolute hoofdprijs. Ik begon er inmiddels aardig bedreven in te raken en kreeg er meestal ongeveer vijftig procent vanaf.
Misschien moet ik thuis maar eens bij de Albert Heijn proberen:
“Vier euro voor die kaas? Ik geef twee.” Kijken hoe ver ik kom.
De pratende Grabchauffeur
Toen we klaar waren in Ubud was het inmiddels alweer ongeveer 16:00 uur. Tijd om terug te gaan naar het hotel. En dat hebben we geweten.
Onze Grabchauffeur was werkelijk ontzettend vriendelijk. Maar… Hij hield niet op met praten.
In het begin is dat natuurlijk leuk. Je leert iemand kennen, hoort wat over Bali, wisselt wat ervaringen uit.
Alleen deze meneer had één grote passie:
auto's.
Welke auto's hij mooi vond. Welke auto hij graag wilde kopen. Voor welke auto hij aan het sparen was.
Welke kleur auto's hij mooi vond. Wat hij van elektrische auto's vond. Welke merken hij goed vond.
Welke hij minder goed vond. Enzovoort. Enzovoort.
Enzovoort. Ik kreeg er werkelijk geen woord tussen. Op een gegeven moment deed Lindsey demonstratief haar ogen dicht alsof ze sliep.
Slim. Heel slim. Maar daarmee was het probleem natuurlijk niet verdwenen.
Want nu had hij nog maar één gesprekspartner over. Mij. En dan kan een rit van anderhalf uur ineens héél lang duren.
Haha. Toen we eindelijk bij het hotel aankwamen vertelde Lindsey dat ze hoofdpijn had.
Ik zei:
“Ja, dat snap ik na deze taxirit helemaal!” Na een paracetamol zakte haar hoofdpijn gelukkig vrij snel weer af.
Misschien hebben we iets te veel gedaan…
Later zaten Lin en ik samen nog even terug te kijken op de afgelopen week. En toen kwamen we eigenlijk tot dezelfde conclusie:
wij hebben echt niet stilgezeten. We hebben ontzettend veel gezien. Zoveel plekken bezocht.
Zoveel kilometers gemaakt.
Zoveel indrukken opgedaan. We zijn eigenlijk de hele vakantie doorgegaan als machines. En aangezien we niet helemaal uitgeput thuis willen aankomen, hebben we besloten om de laatste twee dagen écht wat rustiger aan te doen.
Het is mooi geweest met dat gereis over het hele eiland. Nu gaan we gewoon lekker relaxen en twee dagen rustige dingen doen.
Tenminste… Dat zeggen we nu. Jullie kennen ons inmiddels.
Maar dit keer gaan we echt ons best doen!
Eindelijk een goede Chinees
Na een tijdje kregen we toch weer trek. “Zullen we nou eens op zoek gaan naar een goede Chinees?” Lindsey knikte meteen instemmend.
Zo kwamen we terecht bij Little Hongkong. We bestelden allebei iets anders. Ik nam bami met garnalen en Lin koos mie met kip.
En eerlijk is eerlijk:
het smaakte heerlijk. Precies waar we zin in hadden. Na het eten stapten we in onze laatste Grab van vandaag.
En soms lijkt het wel alsof juist uit die Grabritten de beste verhalen van onze reis ontstaan.
Dit werd er weer zo eentje.
Augustinus
Onze chauffeur heette Augustinus. Hij vroeg waar wij vandaan kwamen en we raakten al snel met elkaar aan de praat.
Omdat Augustinus natuurlijk een uitgesproken christelijke naam is en je op Bali veel mensen ontmoet die afkomstig zijn van andere Indonesische eilanden, vroeg ik waar hij vandaan kwam.
Ik dacht in eerste instantie aan Timor. Maar hij zei:
“Nee, ik kom uit Flores.”
Vanaf dat moment veranderde het gesprek. Augustinus vertelde dat zijn familie in een gebied woont dat recent zwaar getroffen is door een aardbeving.
Zijn vrouw en kinderen zijn daar nog steeds. Hun huis is volledig verwoest. Zijn vrouw woont voorlopig samen met de kinderen in een tent.
Terwijl hij dit vertelt, lacht hij af en toe wat zenuwachtig.
Voor ons kan dat misschien vreemd overkomen, maar in Indonesië merk je vaker dat mensen emoties soms anders laten zien dan wij gewend zijn. Een glimlach betekent lang niet altijd dat iets grappig is.
Soms is het juist een manier om met spanning, verdriet of ongemak om te gaan. Ik vroeg of hij familie had verloren. Gelukkig niet.
Wel had hij een goede vriend verloren. Dan valt het even stil.
Een zak rijst kan ineens heel veel betekenen
Augustinus vertelde dat de overheid helpt waar dat mogelijk is. Soms krijgt zijn vrouw een zak rijst. Soms wat noodles.
Ondertussen zijn ze bomen uit zijn tuin aan het kappen om daarmee een eenvoudig tijdelijk huis of een soort schuur te bouwen.
Want weken of maanden met je kinderen in een tent wonen is natuurlijk ook geen oplossing.
Wat ik misschien nog wel het mooiste vond aan zijn verhaal, was wat hij daarna vertelde.
Chauffeurs op Bali die uit dezelfde regio afkomstig zijn, waren samen een inzamelingsactie begonnen.
Met het geld dat zij onderling hadden opgehaald, konden gezinnen in een heel dorp ieder twee kilo rijst krijgen.
Misschien klinkt twee kilo rijst voor ons niet als iets enorms. Maar als je huis is verdwenen en je tijdelijk in een tent woont, krijgt zoiets ineens een totaal andere waarde.
Een huis van twee jaar oud
Augustinus vertelde dat hij zijn huis pas twee jaar geleden had gebouwd. Daarvoor had hij geld geleend bij de bank. En nu was het weg.
De overheid had volgens hem beloofd de schade te zullen vergoeden. Ook de bank had tijdelijk zijn maandelijkse aflossingen stopgezet om de financiële druk wat te verlichten.
Maar makkelijk is het natuurlijk niet. Het liefst zou hij zijn vrouw en kinderen onmiddellijk naar Bali halen.
Maar dat kan op dit moment niet. Zijn vrouw moet bij het huis blijven omdat de overheid binnenkort de schade officieel komt opnemen. Als mede-eigenaar moet zij daarbij aanwezig zijn.
Dus Augustinus werkt op Bali. Zijn vrouw blijft bij het verwoeste huis. En de kinderen wonen voorlopig in een tent.
Dan kijkt hij mij aan.
Hij klopt met zijn hand op zijn borst en glimlacht. En hij zegt iets wat me waarschijnlijk nog lang zal bijblijven:
Ik vond dat een prachtige boodschap. Niet omdat zijn situatie daardoor ineens minder zwaar wordt. Maar omdat je merkt hoeveel waarde mensen hier hechten aan familie, gemeenschap en elkaar helpen wanneer het echt nodig is.
Het komt goed. Indonesië helpt elkaar. Of je nou van Bali, Java of Kalimantan komt, iedereen helpt elkaar. We staan niet alleen.
Een heel andere afsluiting van de dag
Toen we bij het hotel aankwamen gaf ik Augustinus wat extra fooi. Niet omdat daarmee zijn problemen ineens opgelost zijn. Maar wel omdat ik wist dat hij daar bijvoorbeeld een flinke zak rijst voor zijn gezin van kon kopen.
We namen afscheid en Lin en ik liepen richting het hotel.
Onderweg praatten we nog even na. Lindsey zei vooral dat ze het bijna niet kon begrijpen dat iemand tussendoor nog kon lachen terwijl hij zo'n aangrijpend verhaal vertelde.
En misschien was dat juist wel wat zoveel indruk maakte. We begonnen deze dag met een omelet die twintig minuten duurde.
We reden spontaan naar Ubud. Kocht souvenirs. Onderhandelden op de markt.
Aten gado-gado, patat, bami en mie. En maakten grappen over een chauffeur die maar niet kon stoppen met praten over auto's.
Maar aan het einde van de dag zaten we in een auto met iemand die ons er even aan herinnerde hoe snel het leven volledig kan veranderen.
En hoe belangrijk het dan is dat mensen elkaar niet laten vallen. Een bijzonder einde van opnieuw een bijzondere dag. Voor vandaag houden we het voor gezien.
Morgen zien we jullie weer.
En écht… morgen doen we rustig aan. Waarschijnlijk.