Waar We
Waren
Bali 2026
Menu
Dag 13 – Onze laatste dag op Bali

Dag 13 – Onze laatste dag op Bali

De laatste vakantiedag is eigenlijk geen echte vakantiedag meer. Je hoofd is al half onderweg naar huis.

Aangekomen bij het vliegveld in Denpasar
Aangekomen bij het vliegveld in Denpasar

Wakker worden met het besef: dit was het dan

Toen ik wakker werd, had ik eigenlijk meteen dat gevoel. Dit is hem. De laatste ochtend op Bali.

Buiten was natuurlijk helemaal niets veranderd. Het verkeer reed gewoon door. De scooters reden nog steeds overal tussendoor alsof verkeersregels hier vooral een soort advies zijn.

Mensen liepen langs het hotel. Personeel was alweer bezig. Voor Bali was het gewoon woensdag.

Maar voor ons was het ineens afscheid nemen. En dan ga je vanzelf anders kijken. Dingen waar je de afgelopen dagen bijna aan gewend was geraakt, vallen ineens weer op.

De warmte zodra je buiten komt. De geuren langs de straat. De kleine offertjes op de grond.

Mensen die “hello sir” roepen. En zelfs het verkeer van Kuta. Dat laatste ga ik thuis trouwens waarschijnlijk minder missen dan de rest.

Eerst die koffers

Maar voordat we überhaupt ergens sentimenteel over konden gaan doen, moest er eerst iets anders gebeuren.

Inpakken. En zoals altijd snap ik daar helemaal niets van. Op de heenweg past alles gewoon prima in de koffer.

En op de terugweg heb je praktisch dezelfde spullen bij je, maar lijkt diezelfde koffer ineens twee maten kleiner.

Goed, we hadden natuurlijk ook souvenirs gekocht.

En horloges. En van alles meegenomen waarvan je tijdens het inpakken denkt:

Waarom moest dit eigenlijk per se mee naar Nederland? Daarbij hadden we ook nog de camera, drone, DJI Osmo, MacBook, opladers, accu’s en kabels.

Als je al onze elektronica bij elkaar legt, lijkt het soms alsof we op vakantie zijn geweest voor een televisieproductie.

Uitzicht vanaf de terminal
Uitzicht vanaf de terminal

Na het nodige schuiven, duwen en opnieuw indelen lukte het uiteindelijk toch. Koffers dicht. En vanaf dat moment voelde de hotelkamer ineens niet meer als onze kamer.

Gewoon weer als een hotelkamer.

Zodra de koffers dicht zijn, weet je: nu is het echt voorbij.

Nog één keer naar buiten kijken

Ik merkte dat ik die laatste uren alles nog één keer bewust probeerde te bekijken.

Niet eens bijzondere dingen. Gewoon de straat. De winkels.

De scooters. De mensen.

Een paar dagen eerder loop je daar gewoon tussendoor zonder erbij na te denken. Maar op zo’n laatste dag denk je ineens:

straks zie ik dit allemaal niet meer. We hadden inmiddels zoveel verschillende kanten van Bali gezien. De drukte van Kuta.

Ubud.

Nusa Penida. Canggu. Tanah Lot.

Sidemen. Rijstvelden. Watervallen.

Stranden. Drukke malls. Bijna lege luxe winkelcentra.

Kleine winkeltjes. En vooral ontzettend veel mensen. Dat laatste is me misschien nog wel het meest bijgebleven.

Die paar minuten praten met een chauffeur. Een winkelier die iets voor je probeert te regelen. Kinderen die enthousiast naar de camera zwaaien.

Mensen die gewoon nieuwsgierig naar je zijn. Dat soort dingen kun je thuis eigenlijk niet plannen. Die gebeuren gewoon.

Die Indonesische vlag

Een mooi voorbeeld daarvan was die Indonesische vlag. Ik wilde er gewoon eentje meenemen naar huis. Je zou denken: we zijn in Indonesië, dus dat moet ongeveer het makkelijkste souvenir zijn dat je kunt vinden.

Niet dus. Je kunt werkelijk overal sarongs, houten beelden, schilderijen, armbandjes en allerlei andere souvenirs kopen.

Winkelier die naar vlaggen aan het zoeken is
Winkelier die naar vlaggen aan het zoeken is

Maar een normale Indonesische vlag? Blijkbaar een stuk lastiger. Uiteindelijk was er een winkelier die zei dat hij er eentje voor ons zou regelen.

En dat is eigenlijk precies zo’n klein moment dat ik leuk vind aan reizen. Niet spectaculair. Geen toeristische attractie.

Maar gewoon iemand die moeite voor je doet. Daar denk ik later waarschijnlijk eerder aan terug dan aan sommige plekken waar we entree voor hebben betaald.

Op weg naar het vliegveld

Aan het eind van de middag was het zover. Koffers mee. Hotel uit.

En richting Ngurah Rai Airport. Dat vond ik misschien nog wel het vreemdste moment van de hele dag. Want bijna twee weken geleden reden we precies de andere kant op.

Toen keken we vanuit de auto naar buiten en was alles nieuw. Nu reden we terug naar het vliegveld en herkende ik ineens van alles. Straten.

Kruispunten. Winkels. Stukken weg waar we eerder langs waren gekomen.

Op de heenweg kijk je naar alles omdat het nieuw is.

Dan merk je pas hoe snel een plek een beetje vertrouwd kan gaan voelen. En precies op het moment dat je denkt:

Ja, ik begin Bali inmiddels een beetje te begrijpen… ga je weer naar huis.

Ngurah Rai Airport

Eenmaal op het vliegveld begint het bekende gedoe weer. Koffers afgeven. Paspoorten.

Security. Alle elektronica mee. En wij hebben nogal wat elektronica.

Camera. Drone. Osmo.

MacBook. Accu’s. Powerbanks.

Kabels. Je vraagt je op zo’n moment bijna af waarom je überhaupt nog kleding meeneemt. Gelukkig verliep alles uiteindelijk gewoon normaal.

En toen stonden we ineens achter de security. Dat vond ik altijd zo’n apart moment. Tot daar ben je nog een beetje op Bali.

De gates
De gates
Het vliegveld van Bali
Het vliegveld van Bali

En daarna zit je eigenlijk al in het vertrekproces. Nog even wat rondlopen. Nog even roken.

Nog even kijken wanneer de gate opent. Onze vlucht naar huis stond gepland voor de avond. Eerst naar Singapore en daarna verder naar Amsterdam.

En dan begint dat wachten.

Nog even eten

Omdat we voorlopig nog wel even op het vliegveld zouden zitten, zijn we eerst maar wat gaan eten.

Ik nam Laksa. En die was echt lekker. Precies zo’n gerecht waar ik op dat moment nog wel zin in had voordat we Bali en eigenlijk heel Zuidoost-Azië weer achter ons zouden laten.

Lindsey koos ondertussen voor patatjes met kipfingers. Oftewel:

een kindermenu. Ik met mijn kom Laksa en zij met kipfingers en friet. Het verschil kon bijna niet groter.

Tijdens het eten ging het trouwens nog even mis. Ik had net op Bali een nieuwe blouse gekocht en vond het blijkbaar een goed idee om die uitgerekend aan te trekken terwijl ik Laksa ging eten.

Dat bleek niet mijn slimste keuze. Op een gegeven moment kwam er namelijk wat van die gele Laksa-bouillon op mijn nieuwe blouse terecht.

En natuurlijk niet een klein, onzichtbaar spettertje. Nee.

Zo’n gele vlek waarvan je meteen denkt:

Nou, mooi. Die blouse heb ik dus lang netjes gehouden. Nog geen dag oud en direct ingewijd met Laksa. Gelukkig hoort zoiets achteraf ook gewoon bij het verhaal.

Mijn laatste maaltijd op Bali eindigde dus met een lekkere Laksa én een souvenirvlek op mijn nieuwe blouse.

Nieuwe blouse uit Bali: nog geen dag oud en meteen voorzien van Laksa.

Boarding

Toen de boarding begon, voelde ik wel echt:

nu is het klaar. Je loopt door de gate. De slurf in.

Het vliegtuig in. Bagage boven je stoel.

Telefoon op vliegtuigmodus. En daar zit je dan. Bijna twee weken geleden kwamen we hier aan.

Toen hadden we geen idee wat we allemaal zouden gaan meemaken. Nu zaten we met duizenden foto’s, video’s en verhalen in het vliegtuig terug. Ik keek nog even naar buiten.

Naar de lichtjes. Naar het vliegveld. Naar Bali.

En natuurlijk kun je vanaf een vliegtuigstoel niet ineens alle plekken zien waar je geweest bent.

Maar in je hoofd doe je dat wel. Sidemen. Nusa Penida.

Tanah Lot. Kuta.

Ubud. De rijstvelden. Gembleng Waterfall.

De stranden. Alle ritten met chauffeurs. De gesprekken onderweg.

En natuurlijk die wandeling van “only three kilometres”. Ik denk dat ik die nog lang ga horen. Dat bleek op Bali zo ongeveer hetzelfde te betekenen als:

Je merkt vanzelf wel wanneer je er bent.

Laatste blik op Bali (Denpasar)
Laatste blik op Bali (Denpasar)

Only three kilometres, sir.

Wat me uiteindelijk het meest bijblijft

Als ik terugkijk op deze reis, zijn het niet alleen de bekende plekken die ik onthoud.

Natuurlijk waren sommige locaties prachtig. Sidemen vond ik geweldig. Nusa Penida was indrukwekkend.

De rijstvelden en Gembleng Waterfall waren misschien wel hoogtepunten. Maar ik denk dat ik vooral de kleine dingen ga onthouden.

De kinderen langs de weg. De gesprekken met chauffeurs. Mensen die ons hielpen.

Het eten. De chaos. De warmte.

De geur van wierook. De processies. De scooters.

De compleet normale manier waarop hier soms iets gebeurt waarvan wij denken:

Hoe dan? En misschien is dat ook wel precies waarom ik reizen zo leuk vind.

Je kunt van tevoren alles uitzoeken. Google Maps bekijken. Foto’s bekijken.

Routes plannen. Maar uiteindelijk onthoud je vooral de dingen die helemaal niet gepland waren.

Ergens boven Amsterdam voor de landing
Ergens boven Amsterdam voor de landing

Bali, bedankt

Toen het vliegtuig uiteindelijk vertrok en Bali onder ons verdween, vond ik het oprecht jammer.

Niet dramatisch. Ik wilde ook wel weer naar huis. Eigen bed.

Memphis weer zien. Normale nachten.

Het verkeer op Bali blijft toch een avontuur
Het verkeer op Bali blijft toch een avontuur

Geen koffer meer. Geen hotelkamer. Maar tegelijkertijd had ik best nog wat langer willen blijven.

Bali is niet perfect. Sommige plekken zijn ontzettend toeristisch. Kuta is chaotisch.

We gingen naar Bali voor de plekken. We kwamen terug met verhalen over mensen

Het verkeer is soms compleet gestoord. En sommige dingen moet je gewoon accepteren zoals ze hier gaan. Maar juist dat hoort er ook bij.

Bali heeft iets. Misschien zijn het de mensen. Misschien de cultuur.

Misschien de combinatie van chaos en rust. Waarschijnlijk alles tegelijk. Eén ding weet ik in ieder geval wel.

Toen we vertrokken had ik niet het gevoel:

Mooi geweest, hier hoef ik nooit meer heen. Eerder het tegenovergestelde. Ik zou best nog een keer terug willen.

Maar dan misschien wat langer. En dan iets minder Kuta.

En daarmee zit onze reis erop. Van Enschede naar Amsterdam. Van Amsterdam naar Singapore.

Van Singapore naar Bali. En na bijna twee weken weer helemaal terug. Heel veel gezien.

Heel veel gefilmd. Heel veel foto’s gemaakt. Maar vooral heel veel meegemaakt.

Sampai jumpa, Bali. Tot de volgende keer.